In Vlaanderen kiest bijna 8 op de 10 mensen voor crematie. Maar een deel van die crematies vindt niet in België plaats. Vlaamse uitvaartondernemers brengen overledenen voor een zogenoemde technische crematie naar Nederland. Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits wil daar nu duidelijke regels voor. Ze spreekt over een praktijk die juridisch en maatschappelijk vragen oproept. Tegelijkertijd wijzen uitvaartondernemers erop dat crematies over de grens al jarenlang plaatsvinden en dat daar volgens hen niet automatisch iets mis mee is.
Van Vlaanderen naar Nederland: België onderzoekt ‘crematietoerisme’
Wat is ‘crematietoerisme’ precies?
Bij een technische crematie gaat het niet om een complete uitvaart in het crematorium. Het is een efficiënte manier voor uitvaartondernemers om een crematie te laten uitvoeren zonder gebruik te maken van een aula of andere diensten rond de afscheidsplechtigheid. De overledene wordt vanuit Vlaanderen naar een Nederlands crematorium gebracht. Daar vindt de crematie plaats zonder dat de nabestaanden aanwezig zijn. De as wordt vervolgens teruggebracht naar Vlaanderen, waar de familie op een later moment afscheid kan nemen of de as een bestemming kan geven. Dat kan voor families aantrekkelijk zijn. Een afscheid hoeft immers niet per se in een crematorium plaats te vinden. Sommige families kiezen voor een kleine bijeenkomst thuis, een herdenkingsmoment op een later tijdstip of een persoonlijke plek die meer betekenis heeft dan een aula.
Waarom gaan Belgische uitvaartondernemers naar Nederland?
Volgens de Vlaamse minister zijn er verschillende redenen. De ligging speelt een rol. Vooral vanuit Antwerpen en Limburg zijn Nederlandse crematoria relatief dichtbij. Ook logistiek kan een Nederlandse crematie aantrekkelijk zijn. Daarnaast speelt de prijs in sommige gevallen mee. Voor technische crematies in Nederland liggen de genoemde tarieven volgens informatie die de Vlaamse overheid heeft verzameld tussen ongeveer 430 en 925 euro. Opvallend is dat sommige Nederlandse crematoria voor Belgische klanten een lager tarief zouden hanteren van ongeveer 470 euro. Dat wordt in de Belgische discussie het ‘Belgen-tarief’ genoemd. Daarmee ontstaat een opmerkelijke situatie: een grens die voor een familie nauwelijks betekenis hoeft te hebben, kan voor een uitvaartondernemer wel degelijk verschil maken in prijs en logistiek.
Hoe groot is het probleem?
De Vlaamse overheid heeft op dit moment geen exacte registratie van het aantal overledenen dat voor een technische crematie naar het buitenland wordt gebracht. Wel zijn er aanwijzingen dat het om een aanzienlijk aantal gaat. Een eerste vergelijking via het digitale overlijdensplatform eLys laat zien dat in de eerste helft van 2026 in Vlaanderen 765 meer toelatingen voor crematie werden aangevraagd dan er crematies in Vlaamse crematoria werden uitgevoerd. Dat verschil betekent niet automatisch dat al deze mensen in Nederland zijn gecremeerd. Er kunnen ook andere verklaringen zijn en verdere analyse is nodig.
Het Verenigd Netwerk van Openbare Crematoria, het VNOC, schat het aantal technische crematies in het buitenland op ongeveer 1.750 per jaar. Dat komt neer op gemiddeld bijna vijf per dag. De Vlaamse overheid benadrukt tegelijkertijd dat de buitenlandse bestemming van deze crematies nog nauwkeuriger in kaart moet worden gebracht. Dat maakt het onderwerp interessant, maar ook gevoelig. Het woord ‘crematietoerisme’ klinkt alsof nabestaanden bewust een uitvaart over de grens brengen om geld te besparen. In werkelijkheid kunnen er verschillende redenen tegelijk spelen.
Waarom maakt België zich zorgen?
Een belangrijk punt is de transparantie naar nabestaanden. Volgens Crevits staat in de huidige Vlaamse regelgeving niet expliciet dat een familie moet worden geïnformeerd over de exacte plaats waar de crematie plaatsvindt. Zij vindt dat families moeten weten waar hun dierbare wordt gecremeerd en daar uitdrukkelijk mee moeten instemmen. Dat raakt aan iets wezenlijks. Bij een uitvaart gaat het niet alleen om een praktische handeling. Voor veel nabestaanden is het belangrijk om te weten waar hun dierbare is geweest, wie bij de crematie betrokken was en hoe het proces is verlopen. Ook verschillen de regels tussen België en Nederland. In Vlaanderen worden openbare crematoria beheerd door gemeenten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. In Nederland is ongeveer 95 procent van de crematoria in private handen, volgens de Vlaamse overheid. De minister vraagt zich daarom af of de Belgische regels worden omzeild wanneer een in Vlaanderen overleden persoon in een Nederlands privaat crematorium wordt gecremeerd.
Ook de Nederlandse regels spelen een rol
Volgens de Nederlandse Wet op de lijkbezorging moet een crematorium de asbus na een crematie minimaal één maand bewaren. Daarna kan de asbus bijvoorbeeld aan de nabestaande worden meegegeven of naar het buitenland worden verzonden. Dat is belangrijk bij Belgische technische crematies. De Vlaamse overheid stelt dat de as bij sommige van deze procedures direct terug naar Vlaanderen zou worden gebracht. Dat zou niet aansluiten bij de Nederlandse wettelijke bewaartermijn. Daarmee gaat de discussie dus niet alleen over de vraag of een crematie goedkoper kan worden uitgevoerd. Het gaat ook over de vraag welke regels gelden wanneer een overledene in het ene land wordt opgehaald, in het andere land wordt gecremeerd en de as daarna weer teruggaat.
Uitvaartondernemers zijn niet blij met de term
De Belgische uitvaartsector reageert kritisch op het onderzoek. Limburgse uitvaartondernemers wijzen erop dat zij al tientallen jaren met Nederlandse crematoria werken. Volgens berichtgeving van Het Nieuwsblad vinden zij het onterecht dat deze praktijk nu ineens een negatieve lading krijgt. Voor hen is een crematie over de grens niet noodzakelijk een manier om regels te ontwijken, maar kan het simpelweg een praktische keuze zijn. Dat is een belangrijk verschil in perspectief. Waar de Vlaamse overheid vooral kijkt naar regelgeving, controle en transparantie, kijken uitvaartondernemers ook naar de dagelijkse praktijk.
Crematie wordt steeds gewoner
De discussie speelt bovendien tegen de achtergrond van een duidelijke verandering in hoe we afscheid nemen. In Vlaanderen werd in 2023 ongeveer 78 procent van de overleden Vlamingen gecremeerd. De keuze voor crematie is daarmee voor een groot deel van de bevolking inmiddels heel vertrouwd. Ook in Nederland zijn eenvoudige vormen van crematie beschikbaar. Een technische of stille crematie kan bijvoorbeeld plaatsvinden zonder aula, condoleance of afscheidsdienst in het crematorium. Het afscheid kan dan op een andere plek en op een ander moment worden vormgegeven. Dat sluit aan bij een ontwikkeling die we vaker zien: steeds meer families zoeken naar een afscheid dat past bij hun eigen leven en bij de persoon die is overleden. De één wil een grote plechtigheid met veel mensen, de ander kiest juist voor een klein en rustig moment. Rituelen en gewoonten rond afscheid verschillen nu eenmaal per persoon, familie en cultuur.
Wat wil België nu veranderen?
Hilde Crevits wil de praktijk grondig laten onderzoeken en duidelijke regels opnemen in het nieuwe Vlaamse decreet over begraafplaatsen en lijkbezorging. Daarbij kijkt de Vlaamse overheid onder meer naar:
-
de regels voor grensoverschrijdend vervoer van overledenen;
-
de manier waarop technische crematies in Nederland worden georganiseerd;
-
de informatie die nabestaanden hierover krijgen;
-
de identificatie en traceerbaarheid van het lichaam;
-
de verhouding tussen Vlaamse en Nederlandse regelgeving;
-
en de vraag hoe groot het fenomeen daadwerkelijk is.
Het doel is volgens de minister niet alleen om het grensoverschrijdende vervoer te beperken, maar vooral om duidelijkheid, rechtszekerheid en waardigheid te garanderen.
Bron: Hilde Crevits
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.