Rondom een uitvaart bestaan nogal wat misverstanden over wat wel en niet verplicht is. Moet een overledene bijvoorbeeld altijd in een kist worden begraven of gecremeerd? Mag je iemand thuis opbaren? En ben je na een crematie verplicht een urn van de begrafenisondernemer te gebruiken? Vaak is er meer mogelijk dan je denkt, al gelden er natuurlijk ook regels. We zetten zeven hardnekkige mythes over de uitvaart op een rij en leggen uit hoe het echt zit.
7 x Mythes over uitvaarten
Mythe 1: een uitvaartkist is verplicht
Niet waar. In Vlaanderen moet een stoffelijk overschot in een uitvaartkist óf een ander toegestaan lijkomhulsel worden geplaatst. Een lijkwade is dus een mogelijk alternatief. Zo'n lijkwade moet wel aan voorwaarden voldoen. Het materiaal moet onder meer natuurlijk en afbreekbaar zijn. Wordt voor het vervoer een onderplank gebruikt die mee begraven of gecremeerd wordt, dan gelden daarvoor eveneens wettelijke eisen.
Mythe 2: een overledene mag niet thuis worden opgebaard
Ook dit klopt niet. Thuisopbaring is in Vlaanderen mogelijk. Dat werd in april 2026 nog eens expliciet bevestigd tijdens een bespreking in het Vlaams Parlement over de hervorming van de uitvaartregels. Wel spelen bewaring, hygiëne en de omstandigheden in de woning een belangrijke rol. Afhankelijk van de situatie kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van koeling. Ook thanatopraxie, een tijdelijke conserverende behandeling, bestaat als mogelijkheid om het lichaam gedurende de periode van opbaring beter te bewaren. De Vlaamse regelgeving omschrijft hiervoor aparte voorwaarden. Of thuisopbaring in een specifieke situatie verstandig en praktisch haalbaar is, bespreek je het beste met de uitvaartondernemer.
Tip: ben je op zoek naar een thanatopractor in België? Neem dan eens een kijkje bij Thanatopraxie Katrien Degreef.
Mythe 3: je kunt alleen in je eigen gemeente worden begraven
Je bent niet per definitie gebonden aan de gemeente waar je woont. In een laatste wilsbeschikking kun je zelfs laten registreren in welke gemeente in België, of in het buitenland, je laatste rustplaats moet komen. Er zit wel een financieel verschil aan. Een gewone begraving, bijzetting van een urne of asverstrooiing op de begraafplaats is in de eigen gemeente in principe kosteloos, zolang je niet voor een concessie of bijvoorbeeld een grafkelder kiest. Voor niet-inwoners mag een gemeente wel een vergoeding vragen. De precieze voorwaarden en tarieven verschillen dus per gemeente.
Mythe 4: eenmaal bij een uitvaartondernemer, kun je niet meer veranderen
Ook dat is niet zo. Je hebt vrije keuze van begrafenisondernemer. De actuele richtlijnen voor de sector benadrukken die vrije keuze zelfs expliciet. Ronseling of het beïnvloeden van families om een bepaalde ondernemer te kiezen, hoort daar niet bij. Is een overledene na het overlijden al naar een bepaalde ondernemer gebracht, bijvoorbeeld vanuit een ziekenhuis of woonzorgcentrum, dan betekent dat niet automatisch dat je daar de hele uitvaart moet laten verzorgen. Overstappen kan, al kunnen gemaakte kosten en extra vervoer uiteraard wel worden aangerekend. Ook VRT wees eerder al op die mogelijkheid. Vraag bij twijfel vooraf welke kosten al zijn gemaakt.
Mythe 5: de afscheidsplechtigheid moet in een kerk of crematorium plaatsvinden
Een kerk of aula is vertrouwd, maar een afscheid hoeft niet volgens dat vaste stramien te verlopen. Een crematorium hoeft tegenwoordig niet meer verplicht over openbare ontvangstruimtes of een ceremonieruimte te beschikken. De Vlaamse overheid wees er daarbij op dat steeds meer uitvaartondernemers zelf afscheidsruimtes aanbieden en ook lokale besturen ruimtes ter beschikking kunnen stellen. Een afscheid kan dus ook op een andere geschikte locatie worden georganiseerd. Denk aan een eigen aula, tuin, zaal of andere plek die bij de overledene past. Uiteraard moet dat praktisch mogelijk zijn en moet je rekening houden met toestemming van de eigenaar en eventuele lokale regels. Meer maatwerk kan ook extra kosten betekenen, bijvoorbeeld voor vervoer, stoelen, techniek of catering.
Mythe 6: je moet een urne kopen bij de uitvaartondernemer
Na een crematie wordt de as verzameld en kan die een bestemming krijgen. De wet schrijft voor welke mogelijkheden er zijn, maar niet dat je verplicht een bepaalde urne bij je uitvaartondernemer moet kopen. Je kunt de as bijvoorbeeld laten begraven, bijzetten in een columbarium, uitstrooien of onder bepaalde voorwaarden thuis bewaren. Wil je zelf een urne kopen of laten maken, bespreek dan vooraf met de uitvaartondernemer of het crematorium of die geschikt is voor het doel dat je voor ogen hebt. Voor een biologisch afbreekbare urne die op een natuurbegraafplek wordt begraven, gelden bijvoorbeeld specifieke eisen.
Mythe 7: as mag alleen op een begraafplaats worden uitgestrooid
Ook hier is meer mogelijk, maar je mag de as niet zonder meer overal uitstrooien. In Vlaanderen kan as onder andere worden uitgestrooid op de strooiweide van een begraafplaats, op de aan België grenzende territoriale zee of op een officiële natuurbegraafplek. Daarnaast kan gekozen worden voor een andere locatie, bijvoorbeeld een tuin, wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Gaat het om grond die niet van de overledene of de nabestaanden is, dan is vooraf schriftelijke toestemming van de eigenaar nodig. Ook speelt mee of de overledene zijn of haar wens vooraf heeft vastgelegd. Is dat niet gebeurd, dan gelden voorwaarden voor het gezamenlijke verzoek van de nabestaanden. Een urne ergens begraven of as uitstrooien op een willekeurige openbare plek is dus niet zomaar toegestaan.
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.